Je zou het misschien niet verwachten van een dominee, en zeker niet van een vrouwelijke dominee, maar ik ben een groot Science Fiction-fan.

Een paar jaar geleden heb ik mezelf getrakteerd op de complete box van Star Trek Voyager. De belangrijkste reden hiervoor: de Borg. De Borg zijn een soort die welhaast onverslaanbaar zijn. Ze zijn meedogenloos en hebben geen waardering voor individualiteit. Sterker nog: indiviualiteit maakt wezens zwak, leidt tot onderlinge onenigheid en daardoor is perfectie onmogelijk. De Borg pakken het daarom anders aan. Zij streven naar perfectie, en om dat te bereiken zijn ze allemaal onderling verbonden, denken ze als één geest. Ze zijn als bijen, als een zwerm, werken naadloos samen, verbonden aan de hive mind. Alle soorten die ze tegenkomen in hun tocht door het heelal assimileren ze door middel van het implanteren van cyborgtechnologie in het lichaam van het slachtoffer, zichzelf introducerend met de woorden: “Your distinctiveness will be added to our own; resistance is futile”. Maar dán de dappere bemanning van het Starship Voyager met hun captain Janeway en hun hoge morele standaarden… Ze zijn de Borg toch steeds net te slim af.

Fascinerend vind ik de Borg. Fascinans, een mengeling van ontzag, bewondering en angst. Bij de Borg wordt korte metten gemaakt met individualiteit. Een extreem bedreigend idee voor ons, 21e eeuwers. Wij ontlenen ons gevoel van eigenwaarde juist aan onze individualiteit en uniciteit! Een ‘hersenloos’ onderdeel uitmaken van een collectief, het is een nachtmerrie!

Een ander horrorscenario is een wezen dat zeer agressief en niet voor rede vatbaar is. Met de Borg blijkt nog te onderhandelen als je maar slim en sluw genoeg bent. Dat is anders met de Alien uit de gelijknamige reeks. Wat maakt de Alien zo bedreigend? De Alien is volkomen vijandig. Hij valt aan en parasiteert en er is geen communicatie mogelijk met dit wezen. Hij wint. H.R. Giger heeft ook prachtwerk afgeleverd in de vormgeving: angstaanjagend mooi.

Toen ik in de Kunsthal de tentoonstelling ‘Science Fiction, Journey into the unknown’ binnenliep en verwelkomd werd door de Alien, was ik zo blij als een kind. Hier stond hij: het meest angstaanjagende wezen uit de horror-sf. Éven kon ik het niet laten, een aai over zijn bol en een foto natuurlijk.

Ook zag ik het ruimtepak van Matthew McConaughey uit Interstellar, een meer filosofisch getinte SF-film. De scène die me daarin het meest raakte was die met Matt Damon. Als een van een groep astronauten was Matt op reis gestuurd om een bewoonbare planeet te zoeken. Aangezien de aarde door toedoen van de mens onbewoonbaar aan het worden was, moest er een nieuw heenkomen voor de mensheid gevonden worden. Van Matt was er een positief bericht gekomen en Matthew gaat erheen om poolshoogte nemen. Hij treft Matt aan, maar ontdekt dat ‘zijn’ planeet een volslagen giftige atmosfeer heeft. Waarom zegt Matt dan van niet? Waarom doet hij alsof zijn planeet bewoonbaar is? En dan komt de aap uit de mouw: Matt wil niet godvergeten alleen aan zijn einde komen op zijn onherbergzame planeet, langzaam verhongeren als zijn rantsoenen op zijn. Hij wil er wég, óók als dat betekent dat hij anderen moet doden om hun ruimteschip te kunnen kapen. Wat zegt dát over de aard van de mens? Is het niet ontluisterend, het stuitende egoïsme van de mens?

Alle Borg en Aliens met hun angstaanjagende uiterlijk en dito eigenschappen ten spijt, die mens, hè, die kan er toch ook wat van, zelfs als soortgenoot ben je niet veilig…

Anniek Lenselink naar aanleiding van Science Fiction, a journey into the unknown. – nog te zien tot 30 juni in de Kunsthal.




Search
Please visit Appearance->Widgets to add your widgets here